Grotrian Steinweg

Grotrian-Steinweg is een Duitse pianofabriek in Braunschweig, met een ongewone ontstaansgeschiedenis.
Enerzijds hebben we Heinrich Engelhard Steinweg (later dé Steinway) die in 1835 in Seesen zijn pianobouwbedrijfje begon. In 1850 vertrok hij met zijn gezin naar Amerika en zijn oudste zoon C.F. Theodor Steinweg (1825-1889) zette zijn vaders bedrijf voort. In 1855 verhuisde Theodor met zijn bedrijf naar Wolfenbüttel.

Anderzijds hebben we Georg Friedrich Carl Grotrian (1803-1860) die in 1830 naar Moskou vertrok om daar zijn geld te verdienen in de muziekhandel. De regering van tsaar Nicolaas I had de banden met West-Europa wat nauwer aangetrokken, waardoor er een bloeiperiode op het gebied van handel en kunst ontstond. De piano was een geliefd meubelstuk en instrument. Grotrian begon ook met de bouw van piano’s, hetgeen hem geen windeieren legde. Na 25 jaar keerde de welgestelde Friedrich (Carl) Grotrian terug naar zijn vaderland, omdat hij de apotheek van een overleden, kinderloze oom had geërfd. In Wolfenbütel, in Duitsland, kwam hij in contact met zijn logebroeder Theodor Steinweg, die hem als compagnon in zijn bedrijf opnam. Er was voldoende vermogen om een mooie nieuwe fabriek in Braunschweig te bouwen, waar het bedrijf in 1859 naartoe verhuisde. Er waren toen ca. 25 meesters en gezellen werkzaam en dat aantal steeg naar ca. 40 in 1865. Eind 1860 overlijdt Friedrich Grotrian, teruggekomen van een zakenreis, plotseling aan een ernstige bloeding.

Vijf jaar later vertrekt Theodor Steinweg, wegens het overlijden van zijn broers Charles en Henry Steinway in 1865, naar New York om zijn familie bij te staan en verkoopt hij zijn aandeel aan Wilhelm Grotrian, zoon van de overleden Friedrich, en aan de twee medewerkers Adolf Helfferich en Heinrich Otto Wilhelm Schulz (1835-1873). Hiermee scheidde definitief de weg tussen de familie Grotrian en de familie Steinweg. Aanvankelijk wordt de naam “C.F. Th. Steinweg Nachf.” gebruikt. In 1869 veranderen zij de naam in “Grotrian, Helfferich, Schulz, Th. Steinweg Nachf.”

Theodore Steinweg          Friedrich Grotrian

 

Wanneer Wilhelm Schulz in 1873 overlijdt en Adolf Helfferich er in 1886 mee ophield, nam Wilhelm Grotrian alleen de verantwoording over van de inmiddels internationaal bekende Braunschweiger Pianofortefabriek. Hij had dezelfde talenten als zijn vader en liet zijn bedrijf onverminderd doorgroeien. Met zijn hooggekwalificeerde instrumenten mocht hij zich natuurlijk ook meervoudig hofleverancier noemen.
In 1895 neemt Wilhelm zijn beide zoons Willi Grotrian (Wilhelm jr. 1868-1931) en Kurt Grotrian (1870-1929) op in zijn bedrijf, die intussen hun leerjaren in binnen- en buitenland bij diverse gerenommeerde pianobouwers hadden afgerond. Hij gaf hun het motto mee: “Bouw goede piano’s, jongens, dan komt de rest vanzelf.” Kurt hield zich voornamelijk bezig met de handel en Willi meer met de techniek. Van hem is dan ook het idee van het sterrast (de kruisvormige balken aan de achterkant van de piano) afkomstig.

Achterzijde Grotrian Steinweg Piano

sterrast

In de daarop volgende jaren werden steeds nieuwe locaties opgericht. Het was een bloeitijd voor pianobouwers. Niet alleen in adellijke kringen en in de bovenste laag van de bourgeoisie was de piano populair, ook bij de gewone burgerij deed de piano zijn intrede. In 1872 had Grotrian 1776 piano’s en vleugels gebouwd en in 1886 5.959. In 1900 was men bij 12.131 aangeland. Tot aan 1904 was het aantal medewerkers tot 200 gestegen en in 1913 lag dit aantal op 550. Na WOI zelfs op 1.000 met een jaarproductie van 1.600 instrumenten. Ook in Londen en in Amerika werden filialen geopend. In 1929 overleed Kurt en in 1931 Willi. De twee zoons van Kurt, Erwin Grotrian-Steinweg (1899-1990) en Helmut Grotrian-Steinweg (1900-1977) zetten het bedrijf voort in een periode waarin er een economische crisis heerste en de vraag naar piano’s sterk terugliep. In de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf getroffen door bombardementen. Na de oorlog probeerde men zo snel mogelijk alles weer op te bouwen. In de eerste naoorlogse jaren hield men zich voornamelijk bezig met reparaties en revisies van beschadigde instrumenten. Pas in 1948 (na de geldhervorming) kon de bouw van nieuwe instrumenten weer worden opgevat. In 1954 riep Helmut het Grotrian piano-concours in het leven, dat in januari 2014 zijn 60-jarig jubileum vierde. In 1974 werd een nieuwe fabriekshal betrokken, waar Grotrian-Steinweg tot op de dag van vandaag nog gehuisvest is. De vijfde generatie nam met Knut Grotrian-Steinweg de leiding over. Eindelijk kwam er een einde aan het jarenlange conflict met de Amerikaanse Steinway & Sons over het gebruik van de naam “Steinweg”. Overeengekomen werd dat Grotrian-Steinweg in Europa gewoon zijn eigen naam mag gebruiken, terwijl aan de andere kant van de oceaan alleen de naam Grotrian toegestaan is. Vanaf 1999 wordt Grotrian-Steinweg geleid door Burkhard Stein, die het bedrijf voor de drie huidige eigenaressen en dochters van Erwin Grotrian-Steinweg: Mechthild, Irmhild en Liebhild. Grotrian-Steinweg is lid van de BVK en heeft als eerste pianobouwer in de wereld voor zijn kwaliteitsmanagementsysteem het DIN ISO 9001:2008 certificaat behaald.

In 2015 bestaat het familiebedrijf Grotrian Steinweg 180 jaar. Met ingang van april dat jaar krijgt Grotrian er een nieuwe grote aandeelhouder bij: de Parsons Music Group uit Hongkong. De familie blijft vertegenwoordigd in het bedrijf in de persoon van ir. Liebhild Grotrian-Pahl, die per 1 augustus technisch leider werd. Zij was al eerder verantwoordelijk voor het organisatie- en kwaliteitsmanagement. Er werken in 2015 51 mensen bij Grotrian Steinweg met een jaarproductie van ca. 400 instrumenten. In de toekomst hoopt het bedrijf een sterkere rol te spelen op de wereldmarkt. Per 1 februari 2017 kondigde Grotrian-Steinweg een wisseling van de wacht aan: Terence Hg van Parsons Music nam de plaats in van de heer Burkhard Stein.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *